Vinex-Schrijversdiner 17 oktober 2013: Wouter de Heus en Marieke Dubbelman

door Rosanna Del Negro @carbonpapier

 

Vinexschrijvers Anafora A3 Webafbeelding_VinexTwee betrokken, schrijvende Leidsche Rijners staan centraal tijdens het schrijversdiner van oktober in Parkrestaurant Anafora. Interviewer is Cees Grimbergen, bekend van Rondom 10 en onder andere werkzaam als presentator bij Omroep MAX en columnist bij het Algemeen Dagblad.

Het viergangenmenu van de avond is samengesteld uit ‘producten vers uit eigen vinexbodem’; vlees van Verzz, groenten van landwinkel Goes en bier van brouwerij Maximus.

De Heus en Dubbelman geven beiden als columnist van het AD/UN hun, vaak gepeperde, mening over het leven in Leidsche Rijn. Het is vijftien jaar geleden dat de eerste huizen in het stadsdeel gebouwd zijn. Leidsche Rijn is net als een vijftienjarige puber op zoek naar haar identiteit. Wie of wat zijn wij met z’n allen? Hoe zouden we het stadsdeel ten westen van het Amsterdam Rijnkanaal omschrijven?

 

Zoals de eigenaar van Anafora Happy Megally weergeeft in een gedicht is de geest nooit zonder materie en de materie nooit zonder geest. Zo ook bestaat Leidsche Rijn uit gebouwen opgetrokken uit steen maar de ziel wordt eraan verleend door de mensen. Het restaurant heeft een economische basis, de kern echter is er persoonlijke ontmoetingen te laten plaatsvinden. In een video van vijf jaar geleden, die op de avond getoond wordt, pleit De Heus voor het behouden van open plekken in de wijk zodat niet alles al vastligt. De wijk moet zich nog vormen en heeft ruimte nodig voor organische groei.

De eerste gang bestaat uit huisgemaakte groentebouillon met tartaar van bietjes, venkel en bieslook.

Interviewer Cees Grimbergen vraagt of Leidsche Rijners last hebben van een Calimero complex. Leidsche Rijn is niet Utrecht stad. De voorzieningen lopen hier achter, de bewoners behelpen zich met wat er is. Leidsche Rijners laten vaak van zich horen over wat er nog schort aan het conglomeraat van wijkjes. De Heus denkt niet dat de bewoners van Leidsche Rijn  ‘zeikerds’ zijn; als je net een huis gekocht hebt voor vier ton,’doe je er als gemeente toch ook even een weg bij’.  Door fouten die gemaakt zijn tijdens de bouw van Leidsche Rijn, zijn er miljoenen euro’s weggelekt, vertelt De Heus.

De tweede gang is carpaccio met geschaafde Romero, pestomayonaise en kappertjes.

Grimbergen introduceert Marieke Dubbelman in haar rol als columniste als een ‘open boek’, met scherpe bespiegelingen en een opgewekt karakter. Grimbergen haalt een paar columns aan waarin Dubbelman het verloren vermogen van volwassen om de wereld met een frisse blik te aanschouwen verhaalt. Onbevangen door de plassen lopen, zoals kinderen dat kunnen.  Maar ook columns waarin de eenzaamheid in Leidsche Rijn centraal staat. Over de dame die bij de bushalte staat wiens echtgenoot is overleden. Zij gaat naar Hoog Catharijne om boodschappen te doen. Niet omdat er geen supermarkten zijn in de Leidsche Rijn maar puur om onder de mensen te zijn. De geest van Leidsche Rijn is ver te zoeken overdag wanneer de jonge ouders naar het werk zijn, de kinderen op school zitten en het busje van de TNT-bezorger het vaakst op en neer rijdt in de straat. Zijn de tekentafelplannen van pakweg twintig jaar geleden nog wat mensen willen in deze wijk?

De derde gang bestaat uit kippenbout gestoofd in Brutusbier van Maximus met frieten, appelcompote en kropsla.

Een levendige discussie komt op gang tussen de geïnterviewden en de gasten. Verwachten we niet teveel van de politiek: Leidsche Rijn is tenslotte een buitenwijk zoals alle andere, vraagt Evalien uit Terwijde. De samenleving moet in tegenstelling tot andere wijken van Utrecht hier nog worden opgebouwd, oppert De Heus. En Leidsche Rijn telt met alle dorpen 80.000 inwoners; een vierde van de hele stad Utrecht. Er zijn ook tegenstrijdige belangen, vindt Dubbelman. Op het Leidsche Rijn Centrum zit in de binnenstad niemand te wachten. Er is al iets voelbaar van een afscheidingsbeweging. Vingers voor en tegen gaan de lucht in. Waar zouden Leidsche Rijners heen willen met het geheel, vraagt Xander uit Het Zand. Een visie blijft uit. Wel zouden minder regels helpen om die te vormen.

Grimbergen looft de sportfaciliteiten in Leidsche Rijn die beter geslaagd zijn dan waar in Utrecht ook. Een bewoner van het oude Vleuten prijst het Máximapark: “Wij hebben toentertijd geprotesteerd tegen de komst van het stadsdeel maar het is er alleen maar beter op geworden hier.”

De vierde gang is een boerenkaasplateau met kazen uit de regio, kletsenbrood, appelstroop en vijgenmarmelade.

Grimbergen oppert dat Leidsche Rijners op zoek zijn naar de menselijke maat zoals die in de columns van Dubbelman terugkomt. Is het bij elkaar komen van West-Utrechters een zeldzame gebeurtenis en moet het nog gereguleerd worden?  Volgens De Heus en Dubbelman vinden er al veel bijeenkomsten plaats die door de bewoners zelf georganiseerd worden. Pastoor Martinus vindt de sociale media een belangrijke schakel. Twitter wordt gebruikt om contacten te leggen maar ook om dingen gedaan te krijgen. Hoe kunnen we de avond samenvatten vraagt Grimbergen aan hem?  “Niet”, antwoordt Martinus, “want het begint pas”.

 

 

Leave A Comment

You must be logged in to post a comment.